EngAgency

Journalistiek

Wie bepaalt wat normaal is?

Vanzelfsprekendheden
Portret van Aline de Boer

Is vanzelfsprekendheid van zichzelf normaal?

Een mijmering over impact, het durven uitspreken, verandering en vanzelfsprekendheden. Gecombineerd met een interview met Daria Yune Elizarrarás Veensta. Door: Aline de Boer, tweedejaarsstudent Journalistiek – Bijdrager Studium Generale Zwolle.

Mijn voortuin is wild; paardenbloemen en robertskruid groeien rijkelijk. Sommigen zullen mijn tuin als verwilderd of vol onkruid omschrijven. De tuintjes van mijn buren zijn netjes, omgeploegde modder met enkele rechtlijnige struikjes, tegels zonder groen en vooral geen ‘onkruid’. Soms voel ik me schuldig over mijn wilde tuin; het past niet in het straatbeeld. De zaden van de paardenbloemen komen ook in andermans tuin. Dan ga ik op mijn knieën en ploeg ik het ‘onkruid’ eruit. Tijdens het wieden kom ik zo veel leven tegen, zo veel wormen, lieveheersbeestjes en torretjes die daar schuilen en leven. Dan voel ik me schuldig tegenover de beestjes. Waarom is mijn wilde tuin niet normaal?

Voor ik begon aan de studie journalistiek, werkte ik in de zorg. Ik voelde me vaak passief, geleefd, alsof ik niet echt iets toevoegde. De wereld raast door, de cliënten krijgen beperkte aandacht want er is niet genoeg personeel, het personeel is gestrest want er is tijdsnood, en de natuur is de dupe van goedkope wegwerpverspilling, want dat is het goedkoopst. En ondertussen raast de mensheid door, krijg je rugklachten, voel je je schuldig, verantwoordelijk, ondergewaardeerd, onderbetaald, maar je gaat door, want dat hoort zo. Al van jongs af aan verwonder ik mij over de vanzelfsprekendheid van dingen. Het antwoord ‘omdat dat nou eenmaal zo is’ heb ik altijd raar gevonden. Iets is toch alleen zo omdat wij dat zo bedacht hebben? Als iets wat je bedacht hebt niet houdbaar blijkt, kan je toch altijd iets nieuws verzinnen? Ik besloot journalistiek te studeren om deze vanzelfsprekendheden te bevragen, om een licht te werpen op nog onderbelichte onderwerpen en om hopelijk iets positiefs toe te voegen aan het maatschappelijk debat. Of ik veranderingsvaardig ben, weet ik niet. Dat passieve gevoel heb ik nog steeds wel; ik vraag me vaak af of het zin heeft onderwerpen te belichten die niet gehoord willen worden.

Changemakers - een begrip dat wordt gebruikt om mensen aan te duiden die zien dat het anders kan en de moed hebben om zich in te zetten voor verandering. Ben ik een changemaker? Ik weet het niet. Ja, ik maak me zorgen om de staat van de wereld en denk zeker dat het anders kan. Ik vind het bizar om te zien hoe iemand daadwerkelijk kan geloven dat diens leven beter of meer waard is dan dat van een ander. Dat we doen alsof het niet slechts een kwestie van geluk is waar je geboren bent. En we het als normaal beschouwen dat natuur bezit is en dieren vee. Ik vind dat niet normaal, maar goed, ik ben ook gevoelig; ik huilde zelfs ooit toen er een spin bij mij in bad kwam en verdronk. Het vogeltje dat ik ooit aanreed, begroef ik en de uitgedroogde bijtjes die ik tevergeefs heb bij gevoed, begraaf ik in bloemen. Maar heb ik de moed om me echt in te zetten voor verandering? Ik ben toch vaak bang om gezien te worden, en durf me soms niet uit te spreken. Heb ik wel recht van spreken? Ik rijd tenslotte ook altijd in mijn Toyota Aygo. Soms voel ik mij slechts een observator. Ik aanschouw, ik zie afgunst, hebzucht, zelfverheerlijking en verachting, ik zie, maar ik doe niks. Of ik echt niks doe, weet ik niet. Ik spreek me wel uit, ik stel vragen en ben niet voor niets journalistiek gaan studeren. Maar of dit echt iets toevoegt, weet ik niet; ik voel me soms zo nietig.

Tijdens het zoeken naar een persoon voor een persoonlijk interview, denk ik aan Daria. Ze groeide op in Mexico-Stad en verhuisde in 2019 naar Nederland voor haar studie. Ik heb haar ontmoet bij een spoken word-groep en ze inspireert me. Ze houdt zich bezig met activisme en werkt bij het COA, waar ze jongeren begeleidt. Ik herken een zachtheid in haar open blik. Waar mijn zachte gevoeligheid soms omslaat in apathie uit zelfbescherming, zet het haar aan tot actie. Hoe kan dit? Hoe doet ze dit? Voelt zij zich niet nietig en machteloos? Ik besluit haar te interviewen over haar activisme en de verschillen tussen activisme in Nederland en Mexico.

Van jongs af aan houdt Daria zich al bezig met de staat van de wereld en maakt ze zich hard tegen onrecht. Zo vertelt haar moeder dat ze op de middelbare school meedeed aan allerlei projecten. Ze verzamelde leermaterialen voor scholen die dat nodig hadden, was actief bij natuurvereniging Naturalia en schreef liederen over maatschappelijke thema’s. Daarnaast hielp ze in Mexico-Stad bij het opzetten van Fridays for Future.

“In Mexico was er veel protest in de samenleving; het was constant wel ergens aanwezig. Er was regelmatig een weg gesloten vanwege een groot protest. Dat was normaal, dat hoort daar gewoon bij de samenleving. Ik kwam hier in een periode waarin ik graag aan iets groters dan mezelf wilde meedoen. Dus ging ik protesten, dat vond ik mooi en ontroerend dus dat wou ik vaker doen. Alleen was dat in Nederland minimaal. Ik dacht: hoezo zijn de mensen hier zo passief?”

Passieve Nederlanders, blijkbaar ben ik niet de enige die passief is. Ik herinner mijn eerste demonstratie nog goed; die voelde in tegenstelling tot de demonstraties in Mexico niet echt normaal. Het was zelfs zo niet normaal dat Omrop Fryslân ons groepje van vier à vijf demonstranten interviewde en we in het nieuws kwamen. De vragen waren zo fel, ik voelde me naakt en te zichtbaar. Het was dan ook de eerste en laatste kleine demonstratie waar ik ooit aan mee heb gedaan.

Om in Nederland haar activisme door te zetten, helpt Daria in 2019 bij het opzetten van Fridays for Future in Leeuwarden, een activistische jongerenbeweging die klimaatstakingen organiseert. Iets waar ze niet altijd positieve reacties op kreeg: mensen filmen haar, bespotten haar en reageren soms zelfs agressief.

“In Mexico is er heel lang niet naar de bevolking omgekeken, daardoor zijn de mensen er over het algemeen erg zelfredzaam. Ik vind het niet leuk om alleen over de negatieve dingen van Mexico te spreken, maar er zijn daar decennia van corruptie geweest en dat kan je niet zomaar weghalen. Dat heeft er wel voor gezorgd dat mensen hebben geleerd om voor zichzelf op te komen. In Nederland hebben de mensen het gevoel dat alles al af is; ze voelen dan niet de urgentie om te demonstreren voor verbetering. Mensen pikken het niet als je hier tegen de regels in gaat. De reactie is dan heel fel, alsof mensen denken: hoe durf jij onze systemen te ondermijnen.”

Ik herken dit wel, al had ik me dit nooit zo gerealiseerd; ik herken het ook in mezelf. Ja, bij veel vanzelfsprekendheden heb ik vragen, maar ik hoor toch ook vaak een stemmetje dat zegt: maar we hebben het hier toch goed. Als je kijkt naar andere landen, hebben we het hier veel beter. We hebben een democratie, zijn een welvarend land, waar zeur ik eigenlijk over? Doordat ik comfortabel mijn leven kan leiden en zie wat voor leed er nog meer in de wereld is, voel ik ergens de angst dit op het spel te zetten door me uit te spreken. Tenslotte worden mensen tegenwoordig zomaar bedreigd en wordt er toch wel van je verwacht dat je ‘normaal doet’. Om de Nederlandse voorliefde voor regels kracht bij te zetten, deelt Daria een anekdote.

“Toen ik nog niet zo lang in Nederland woonde, skeelerde ik op een plek waar dit niet mocht. Ik werd direct aangesproken door een man; hij vertelde mij dat dit niet de bedoeling was. Ik schrok hier best wel van. Als je in Mexico iets doet wat niet mag, dan trekken mensen hun schouders op en denken ze: wat een gekkie, maar hier word je erop aangesproken.”

Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg, een sentiment waar menig Nederlander naar leeft. Is dat de reden dat ik mij niet harder inzet voor een betere wereld? Misschien voor een deel de angst om gezien te worden of om uit de lijn te stappen. Ik kan me voorstellen dat er naast mij meer mensen van mening zijn dat onze welvaart niet betekent dat er geen verbeterpunten zijn. Maar straks ziet men dat je uit de lijn stapt, wat dan? We zijn toch groepsdieren; hiertegen ingaan roept toch een instinctief gevoel van gevaar op. In Mexico moesten mensen wel vechten voor hun rechten, want doe je niets, dan krijg je ook niets. Hier zijn we zonder gevecht prima af. Tuurlijk, er is een grote groep die het hier niet goed heeft, maar is dat onze verantwoordelijkheid? Is dit het risico waard om uit de pas te lopen? Daarnaast, heeft het überhaupt zin? Eén klein kiezeltje verandert toch de richting van de rivier niet.

Toch inspireert Daria mij en plant ze een zaadje. De blik van een “buitenstaander” op mijn culturele patronen. Wanneer ze me vraagt wat er met dit interview gebeurt, vertel ik haar over het boek, over Agency, dat mij gevraagd werd of ik wat wou schrijven, over het onderwerp, over dat ik mezelf hier niet geschikt voor vond, maar dat ik wel iemand kon interviewen die haar keuzevrijheid inzet voor een betere morgen. “Waarom vind je jezelf niet geschikt dan? Als journalist kan je toch juist misstanden laten zien en nieuwe ideeën delen?”

Dat is ook zo, maar als onderwerpen niet gehoord willen worden, wat doe je dan, en wie ben ik om te bepalen wat goed en fout is? Uiteindelijk gaat dit ook vooral over een moreel kompas, en wie zegt dat mijn kompas correct is afgesteld? Ik denk van wel, maar ik weet ook: je moet niet alles geloven wat je denkt.

Bij Studium Generale heb ik vele interessante gasten mogen interviewen, met allemaal een eigen vernieuwende blik en oplossingen voor hedendaagse problemen. Zo was ecoloog en filosoof Matthijs Schouten recent bij ons te gast. Tijdens de lezing gaf hij aan dat alle crises die we momenteel hebben in de wereld meer een crisis van geest en ziel zijn Hij stelde dat als we ons weer verbinden met de wereld om ons heen en deze gaan ervaren, we ons automatisch meer verantwoordelijk zullen voelen en bedachtzamer om zullen gaan met ander leven. Een mooie gedachte; ik verbind me wel degelijk met al het leven om me heen. Al vind ik dit vaak ingewikkeld en pijnlijk, wens ik mij soms minder gevoelig, minder empathisch. Want ik kan wel de verbinding voelen, maar als mijn buurman dat niet doet en zijn tuin vol gif gooit om zijn ‘onkruid’ te wieden, begraaf ik dus weer de bijtjes in de bloemen.

Onverschilligheid uit zelfbescherming, hoe blijft Daria zo strijdlustig? Ik zie in haar dezelfde gevoeligheid, hoe ze meeleeft met de jongeren die ze vanuit het COA begeleid. Ik zie hoe het haar raakt als ze vertelt over jongeren die misschien teruggestuurd worden, en toch blijft ze vriendelijk, hoopvol, zacht en behoudt ze haar daadkracht. Ze vertelt dat ze geïntimideerd wordt door mensen als ze meedoet aan een demonstratie. Dus vraag ik haar of dit haar nooit demotiveert.

“Niet genoeg om ermee op te houden. Ik ben soms wel bang of boos of verdrietig tijdens of na zo’n demonstratie. En helemaal als het gaat om burgerlijke ongehoorzaamheid: ik ben iemand die heel veel van regels houdt en als iemand zegt: kom, we gaan dit stiekem doen, is mijn eerste reactie: nee. En het is ook heel eng en spannend om grenzen te verleggen. Maar het is ook ontroerend om te zien dat mensen grenzen verleggen voor iets groters dan henzelf.”

Maar verandert er wel iets? Voor mij voelt het soms alsof alles al in steen gehouwen is en we maar nietige, machteloze wezentjes zijn, gevangen in een systeem waar we ons naar moeten voegen.

“Het is belangrijk om in je achterhoofd te houden dat je de hele tijd wordt geconfronteerd met je eigen onmacht. Mensen willen bij een protest het liefst dat het gelijk verandering betekent Maar zo werkt het niet; het helpt mij om te denken dat elk korreltje zand er een is. Dat geldt voor negatief gedachtegoed. Denk aan hoe vaak het wordt herhaald dat we een migratiecrisis hebben. Als dat nooit wordt gezegd, dan bestond dat ook niet. Of als je kijkt naar fascisme: hoe vaker je fascistische symbolen ziet, hoe normaler het wordt. Maar dit geldt ook voor positieve veranderingen. Als je praat over het klimaat, mensenrechten voor alle mensen of demonstreren normaliseert, dan gaan meer mensen erover nadenken. En wordt het op een gegeven moment normaal. En dat gebeurt in ieder geval niet als je het niet benoemt.”

Ik denk dat ze gelijk heeft; het doet me denken aan een musical van Theatergroep Oostpool: ALETTA de musical, waarin ze het verhaal van Aletta Jacobs en de opkomst van vrouwenrechten ten tonele brengen. Een idee begint bij iemand die durft te tornen aan de gebaande paden. Vervolgens komt er een periode waarin deze persoon vooral wordt gewezen op het feit dat die gewoon normaal moet doen. Maar wat is normaal? Slechts datgeen dat wij hebben bedacht? Wie bepaalt wat normaal is? Zoals Desi van Doeveren als Aletta in het nummer ‘Een lied dat niet bestaat’ zingt: “We zijn toch ooit geboren met een stem, hier heb je hem.” Als Aletta in die tijd gewoon normaal had gedaan, zich stil had gehouden en anderen met haar, dan had ik nu geen essay hoeven schrijven voor de school waar ik naartoe ging. Dan had ik mijn ‘mooie hoofdje’ niet hoeven breken over de staat van de wereld, maar had ik na de huishoudschool mijn taak als huismoeder op me genomen en wie weet al hoeveel kinderen gebaard. Misschien begint een verandering dan toch echt bij jezelf, of bij een vraag. Gaat het er niet om dat je gelijk de hoogste bomen bereikt maar gaat het over het normaliseren van de wind.