EngAgency

Bouwkunde

We bouwen verkeerd

Interview door Suva Boersma

Biobased bouwen
Portret van Stefan Hoorn

Door: Suva Boersma

“Weet dat jij als architect of bouwkundige veel meer impact kunt maken door wat jij toepast in je werk dan door te besluiten om niet meer te gaan vliegen,” preekt de 23-jarige Stefan Hoorn zelfverzekerd. Met zijn handen in elkaar gevouwen en een rechte houding is hij klaar om eindelijk verschil te maken in een sector waarin dit nog niet zo eenvoudig is. “De impact die ik maak, wil ik goed doen.”

Urgentie

Er moet gebouwd worden; dat is ondertussen wel duidelijk. Talloze mensen wachten op een woning en daarmee is de woningcrisis in Nederland in volle gang. Stefan Hoorn, bouwkundestudent aan de Hogeschool Windesheim, beseft dit maar al te goed. “Ik ben heel realistisch ingesteld: er moet nu eenmaal gebouwd worden, maar laten we dat niet doen ten koste van anderen, dieren en het milieu. Als er nu niets verandert, betalen we daar vroeg of laat de rekening voor.”

Stefan ziet een groot en duidelijk probleem in de huidige bouwsector. “Op dit moment wordt er in de bouwsector voornamelijk gebouwd met materialen die niet natuurlijk zijn. We putten grondstoffen en materialen uit en plegen daarmee roofbouw op onze eigen aarde. We gebruiken deze bouwmaterialen namelijk korter dan de tijd die de natuur nodig heeft om ze te herstellen.”

Leven in een plastic zak

De bouwkundestudent wil consumenten, projectontwikkelaars en beleidsmakers laten inzien dat we als samenleving niet langer zo door kunnen gaan. “Bijna elke Nederlander leeft in een grote plastic zak. Dat is de beste vergelijking voor hoe we nu woningen bouwen. We maken gebouwen volledig dicht met gips en latexverf; dat is alsof je een plastic zak over je eigen woning doet. Huizen staan nu vol met installaties die de luchtkwaliteit proberen te reguleren. Als de bouwsector natuurlijke materialen, zoals hout, gaat gebruiken, dragen die materialen op een natuurlijke manier bij aan een stabiele en gezondere luchtvochtigheid in gebouwen.”

Bijna elke Nederlander leeft in een grote plastic zak.
Stefan Hoorn

De ideologie van Stefan ontwikkelde zich in het eerste jaar van zijn hbo-studie. Hij kreeg een opdracht om zich te verdiepen in duurzame en ecologisch verantwoorde bouw. Stefan werd al snel één ding duidelijk: “Wij maken echt rationeel de verkeerde keuzes.” In de bouw en ook in zijn klas wordt er meestal lacherig over gedaan. Stefan constateert dat bouwkundigen interesse in biobased bouwen alleen zien als iets wat ecologen belangrijk vinden. “Mijn klas is representatief voor de huidige bouwsector; het interesseert ze namelijk helemaal niets om de negatieve impact op de natuur te beperken. ‘Waarom zouden we dat doen? Dit maakt het alleen maar lastiger voor ons.’ Ik liep daar in groepsprojecten regelmatig tegenaan.”

Geen duurzaamheid

Waar Stefan nog meer tegenaan loopt, is het gebruik van het woord ‘duurzaamheid’. “Het woord wordt door heel veel mensen en bedrijven misbruikt. Dat iets lang kan blijven bestaan en dus duurzaam is, betekent niet dat het goed is voor mens, dier en milieu. Ik wil toekomstige gebouwen helemaal niet duurzaam maken, daarom gebruik ik de term liever niet. Ik wil iets maken wat lang meegaat en goed is voor de natuur en haar omgeving.” Door afstand te nemen van het woord ‘duurzaamheid’ verschuift de focus naar een concretere aanpak: biobased bouwen met natuurlijke materialen.

“Een biobased product is pas écht duurzaam wanneer het net zo lang meegaat als de natuur nodig heeft om het opnieuw te laten groeien. Er wordt nu ook gebouwd met materialen die uit de natuur komen; denk maar aan olie of beton.” Volgens Stefan zit het verschil vooral in de tijd. “Olie heeft tientallen miljoenen jaren nodig om zich te vormen tot een bruikbare grondstof, terwijl hout uit bomen al binnen ongeveer 20 tot 80 jaar opnieuw kan worden geoogst.”

Er wordt alleen nog steeds meer gebouwd, zonder biobased materialen dan mét. Stefan hoopt dat dit zo snel mogelijk verandert, maar heeft ook helder voor ogen welke factoren in de weg zitten. “Het is heel simpel: biobased bouwen is nieuw en nieuwe dingen vinden mensen eng. Het kost tijd, de nodige aanpassingen en het brengt risico’s met zich mee. Nederland heeft tegenwoordig strengere wet- en regelgeving omtrent bouwen dan tientallen jaren geleden. Dit is aan de ene kant goed, want zo blijven gebouwen veilig in gebruik. Maar aan de andere kant houdt het de innovatie van biobased bouwen tegen,” verklaart Stefan.

Invloed

Maar deze uitdagingen spelen zich niet in een vacuüm af. Ze worden mede gevormd door het politieke klimaat. In het inmiddels afgezette kabinet van Dick Schoof was klimaatverandering lang niet bij alle partijen een topprioriteit. Sommige lijstrekkers plaatsten het onderwerp lager op de agenda of trokken zelfs de urgentie ervan in twijfel. “Zodra je klimaatverandering ontkent, zie je ook geen noodzaak om er iets aan te veranderen,” aldus Stefan. “Het afgelopen kabinet heeft geen stappen gezet in het innoveren of ontwikkelen van wet- en regelgeving, zodat biobased bouwen eindelijk de norm wordt in dit land. We lopen achter in Nederland en niet zo’n beetje ook.”

Stefan kijkt met veel lof en enthousiasme naar het bouwbeleid in Scandinavië en Duitsland. Onze buren kijken volgens hem vóór het bouwen van een huis, ziekenhuis, bedrijf of ander gebouw naar welke materialen ze gebruiken en welk gevoel dat oplevert. “Opvallend genoeg blijkt daaruit vaak dat hoe natuurlijker een materiaal is, hoe beter het doorgaans is voor de mens. Een mooi voorbeeld vind ik leem. In Nederland, als rivierendelta, zit dat materiaal op veel plekken al in de grond. Leem op wanden aanbrengen is om veel redenen een goede keuze: het heeft een natuurlijke uitstraling, een neutrale geur en het helpt mee aan de vochtbalans voor een prettig binnenklimaat. In Scandinavië heeft hout zich al eeuwenlang bewezen als bouwmateriaal. Houten kerken, soms honderden jaren oud, staan er door het bouwmateriaal en nodige onderhoud nog altijd stevig en veilig bij. In Nederland is de realiteit anders: hier hebben veel kerken te maken met gebreken en moeten ze regelmatig worden gerestaureerd of gesloopt.”

Rome is niet in één dag gebouwd

Desondanks maakt Nederland steeds meer progressie in het ontwikkelen van biobased producten en materialen voor de bouw. Stefan ziet het langzaam de goede kant opgaan: “Het ministerie van Volkshuisvesting wil in 2030 realiseren dat elke nieuwbouwwoning uit minstens 30% biobased materialen komt te bestaan. Dit is een goede stap op een lange weg die we nog te gaan hebben.” Volgens Stefan kunnen we in dezelfde periode nog meer winst boeken. “Het zou toch geweldig zijn als we uiteindelijk gaan bouwen met materialen die ervoor zorgen dat een woning voor 70% uit biobased materialen bestaat. Ik denk écht dat dit realistisch is. De materialen hebben we tenslotte al tot onze beschikking. De schaal is alleen nog niet zo groot als bij de materialen die we op dit moment gebruiken. We kunnen het doel dus niet vandaag of morgen realiseren, maar hopelijk wel binnen dertig jaar.”

Het afstuderen van Stefan is al om de hoek. “Ik ben nu bezig met mijn afstudeerproject over bouwbiologie. Dit gaat nog dieper in op de materie en de effecten van biobased bouwen.” Het is nog niet zeker waar Stefan uiteindelijk komt te werken, maar hij weet al één ding zeker: “Ik blijf mijn hele loopbaan bezig met het door ontwikkelen en het innoveren van biobased bouwen. Het zal mijn leven duren voordat deze vorm van bouwen de norm wordt in Nederland, maar ik wil maar al te graag helpen om deze norm op te bouwen.” Alleen is maar alleen en daarom vindt Stefan het van belang dat meer studenten geïnformeerd worden over deze bouwvorm. “Ik hoop dat hogescholen en universiteiten studenten meer gaan leren over biobased en ecologisch verantwoord bouwen. Dat straks elke architect of bouwkundige kan terugkijken op een gebouw en denkt: ‘Dit gebouw kan langdurig gebruikt worden en heeft minder impact op mens, dier en het milieu gemaakt.’ Een gebouw waar je met trots op kunt terugkijken.”